Hoeveel wasmiddel in de wasmachine? Zo doseer je het goed

Voor een gemiddelde wasbeurt heb je tussen de 35 en 75 ml vloeibaar wasmiddel nodig, afhankelijk van hoe vuil de was is en hoe hard je water is. Gebruik je waspoeder, dan zit je meestal op 90 tot 150 gram per beurt. Die hoeveelheid klinkt simpel, maar de meeste mensen gebruiken structureel te veel, wat geld kost en slecht is voor je machine.

De exacte dosering staat altijd op de verpakking van je wasmiddel. Die aanbeveling is het beste startpunt, maar je kunt er best iets onder blijven als je was niet bijzonder vuil is of als je in een gebied woont met zacht water.

Waardoor verandert de hoeveelheid wasmiddel?

Drie factoren bepalen hoeveel wasmiddel je nodig hebt: de hoeveelheid was, de mate van vervuiling en de hardheid van je water. Een volle trommel vuile sportkleding vraagt meer dan een halve trommel licht gedragen shirts. Dat klinkt logisch, maar veel mensen doseren altijd hetzelfde, ongeacht de lading.

Waterhardheid speelt een grotere rol dan de meeste mensen denken. Hard water (veel kalk) werkt minder goed samen met wasmiddel, waardoor je iets meer nodig hebt. In Nederland verschilt de waterhardheid per regio. Je gemeente of watermaatschappij kan je vertellen hoe hard jouw water is. Bij zacht water kun je de dosering gerust met 20 tot 30 procent verlagen ten opzichte van wat op de verpakking staat.

Hoeveel wasmiddel in de wasmachine per soort middel

De vorm van het wasmiddel bepaalt mede hoe je doseert:

  • Vloeibaar wasmiddel: Gaat in het wasmiddellade of direct in de trommel (afhankelijk van het product). Gebruik de meegeleverde maatbeker. Voor een normale wasbeurt is 35 tot 50 ml vaak genoeg bij zacht water; bij hard water of zware vervuiling ga je richting 60 tot 75 ml.
  • Waspoeder: Gaat in de lade van de wasmachine. Een normale dosis ligt tussen de 90 en 150 gram. Gebruik het maatschepje dat bij het poeder zit, want een “schep” kan sterk in volume verschillen.
  • Wastabs of pods: Leg de pod of tab direct in de lege trommel, voordat je de was erin doet. Gebruik er nooit meer dan één tegelijk, tenzij de fabrikant dit expliciet aanraadt voor zware vervuiling. Pods zijn handig maar vaak duurder per wasbeurt dan los wasmiddel.
  • Wasmiddelstrips: Relatief nieuw op de markt. Eén strip per wasbeurt is de standaard; sommige merken adviseren een halve strip bij een kleine of lichte lading.

Te veel wasmiddel: de gevolgen

Als je te veel wasmiddel gebruikt, spoelt de machine het niet volledig uit. Het wasmiddel blijft dan achter in de stof. Dat kan leiden tot huidirritatie, een muf geurtje na het wassen en een grijs waas op donkere kleding. Daarnaast hoopt zeepresidu zich op in de trommel en de slangen, wat de machine op de lange termijn beschadigt.

Te weinig is ook niet goed. De was wordt dan niet schoon genoeg, zeker bij hoge vervuiling of vette vlekken. De juiste hoeveelheid zit in het midden: net genoeg voor een goede waswerking, zonder dat er schuim achterblijft.

Praktische vuistregels voor de juiste dosering

  • Gebruik altijd de maatbeker of het schepje van het wasmiddel, nooit een willekeurig kopje of schatting.
  • Heb je zacht water? Neem 20 tot 30 procent minder dan de verpakking aangeeft.
  • Was je op 30 of 40 graden? Dan werkt wasmiddel iets minder sterk; gebruik bij lichte was toch niet meer dan normaal, maar kies een wasmiddel dat geschikt is voor lage temperaturen.
  • Is de trommel halfvol of minder? Verminder de dosis evenredig.
  • Gebruik je wasverzachter? Dat gaat in een apart vakje in de lade en vervangt het wasmiddel niet.

De simpelste manier om geld te besparen en je kleding langer goed te houden, is consequent iets minder wasmiddel gebruiken dan je gewend bent. Controleer een keer of de was na afloop goed schoon en geurvrij is, en pas de hoeveelheid zo nodig een klein beetje aan. Zo vind je snel de hoeveelheid die voor jouw machine, water en wasgewoonten het beste werkt.