Wasverzachterbakje in de wasmachine: wat gaat waar en hoe werkt het?

Het wasverzachterbakje in je wasmachine is het vakje dat is gemarkeerd met een bloem of de letter II (of 2). Hier giet je de wasverzachter in voor de was, en de machine voegt dit automatisch toe aan het slagspoelwater aan het einde van het wasprogramma. Gooi je de wasverzachter in het verkeerde vakje, dan werkt het niet goed of spoelt het te vroeg weg.

Welk vakje is het wasverzachterbakje?

Het laadje van je wasmachine (ook wel de zeepbak of dispenserlade genoemd) is opgedeeld in meerdere vakjes. Meestal zijn er drie compartimenten:

  • Vakje I (of 1): voor het voorwasmiddel, bedoeld voor een voorwasprogramma.
  • Vakje II (of 2): voor het hoofdwasmiddel.
  • Het bloemvakje (of het vakje met het bloemsymbool): het wasverzachterbakje, voor wasverzachter of stijfsel.

Het bloemsymbool staat in vrijwel alle Europese wasmachines voor het wasverzachtercompartiment. Soms staat er ook een sterretje of een andere aanduiding bij. Twijfel je? Raadpleeg dan de handleiding van je specifieke machine.

Hoeveel wasverzachter gaat er in?

Vul het wasverzachterbakje nooit boven de MAX-lijn. Die streep zit er niet voor niets: te veel wasverzachter wordt niet goed weggespoeld en kan in het bakje achterblijven, wat na verloop van tijd leidt tot schimmel en slijm. Voor een normale wasbeurt gebruik je doorgaans één tot twee eetlepels (ruwweg 15 tot 30 ml), maar volg altijd de doseeraanwijzing op de fles. Voor zachter water kun je iets minder gebruiken, voor harder water iets meer.

Hoe werkt het wasverzachterbakje technisch?

De wasverzachter die je in het bakje doet, wordt niet meteen bij het wassen toegevoegd. De machine wacht tot de slaspoelbeurt, de laatste spoelstap van het programma. Op dat moment stroomt er water via een sifon (een gebogen buisje) door het vakje, waardoor de wasverzachter wordt meegenomen en in de trommel terechtkomt. Dat is ook waarom je de wasverzachter al aan het begin van de was kunt toevoegen; hij blijft in het bakje zitten tot het de beurt is.

Giet je per ongeluk wasverzachter in het wasmiddelvakje (II), dan wordt het al in de wasbeurt gebruikt in plaats van bij het spoelen. Het resultaat: je kleding wordt minder zacht en de wasmiddelresten worden minder goed gespoeld, omdat wasverzachter en wasmiddel elkaar gedeeltelijk neutraliseren.

Wasverzachterbakje schoonmaken

Het wasverzachterbakje is een plek waar snel slijm, schimmel en kalkaanslag ontstaan, juist omdat het altijd een beetje vochtig blijft. Trek het laadje eruit (bij de meeste machines kun je het er volledig uittrekken door licht naar boven te drukken terwijl je het naar je toe trekt) en spoel het af onder warm water. Gebruik een oude tandenborstel om de sifon en de hoekjes schoon te maken. Doe dit eens per maand om verstoppingen en schimmelvorming te voorkomen.

Wasmachine met automatische dosering

Nieuwere wasmachines met automatische dosering werken anders. Daarbij giet je in één keer een grotere hoeveelheid wasmiddel en wasverzachter in aparte reservoirs, en de machine doseert zelf de juiste hoeveelheid per wasbeurt. Je gebruikt dan dus geen gewoon laadje meer, maar vult de reservoirs bij wanneer ze leeg zijn. Hoe dat precies werkt, staat beschreven in de handleiding van je machine.

Gebruik je zo’n machine zonder automatische dosering, dan geldt de standaardregel: wasverzachter altijd in het bloemsymboolbakje, niet te veel, en het bakje regelmatig schoonmaken. Zo werkt het systeem zoals het bedoeld is en blijft je wasmachine langer schoon.